(wat oudere) noot bij uitspraak rechtbank Zwolle Marktplaats/Stokke

(Eerder geplaatst in Mediaforum 2006/9 bij Rechtbank Zwolle, LJN: AW 6288, 03-05-2006)

Tot enige jaren geleden bestonden vele webwinkels waarin onder meer illegale kopieën van software en namaak-luxeproducten werden verkocht. Deze websites zijn echter door de rechthebbenden en justitie effectief bestreden. De verkoper van inbreukmakende goederen heeft inmiddels zijn kraampje verplaatst naar Marktplaats.nl en vergelijkbare advertentiesites. Op dergelijke sites zijn verkopers van legale maar ook illegale goederen in staat om anoniem hun goederen aan te bieden. Om dergelijke handel tegen te gaan heeft Marktplaats het “Melding van Inbreuk Programma” ontwikkeld. Dit programma omvat een procedure waarbij een rechthebbende zich door invulling van een formulier bij Marktplaats kan melden. Indien dit formulier correct is ingevuld, verwijdert Marktplaats de advertentie.

Op Marktplaats worden stoelen aangeboden die inbreuk maken op de rechten van Stokke, producent van onder meer de TRIPP TRAPP stoel. Stokke is van mening dat het Meldingsprogramma niet ver genoeg gaat en dat Marktplaats verplicht is om uit eigen beweging een dergelijke advertentie te weigeren, dan wel binnen 24 uur van haar website te verwijderen. Nu dus naar mening van Stokke geen melding door de rechthebbende van deze inbreuk nodig is voordat Marktplaats verplicht is in te grijpen, gaat het hier om een zwaardere verplichting dan momenteel op een serviceprovider rust. Een serviceprovider dient volgens de Nederlandse rechter onmiskenbaar onrechtmatige informatie pas van een website te verwijderen nadat de provider van de inbreuk op de hoogte is gesteld. De provider hoeft dus niet zelfstandig op zoek te gaan naar inbreukmakende informatie.[1]

Het is begrijpelijk dat de rechtbank zonder hier veel woorden aan vuil te maken aanneemt dat op eenieder en dus ook op Marktplaats een zorgplicht rust. Dit sluit immers aan bij de bestaande rechtspraak met betrekking op zorgvuldigheidsnormen die verplichten tot handelen. In het bekende Lindenbaum/Cohen-arrest oordeelde de Hoge Raad dat niet alleen een handelen maar ook een nalaten in strijd kan zijn met de goede zeden of maatschappelijke zorgvuldigheid.[2] In het Struikelende broodbezorger-arrest stelde de Hoge Raad vast dat een bijzondere verplichting met betrekking tot de zorg en oplettendheid rust op een partij die een ‘speciale relatie’ heeft met het slachtoffer of de plaats waar de gevaarsituatie zich voordoet.[3] In de jurisprudentie is al vele malen aangenomen dat ‘de gastheer’, waaronder onder meer eigenaren, beheerders en organisatoren wordt verstaan, een zorgplicht heeft voor onder meer woningen,[4] bedrijfsgebouwen en bedrijfsterreinen[5], maar ook voor min of meer openbare ruimtes zoals winkels[6], parkeerterreinen en wegen[7].

Een website kan volgens mij naadloos aan dit rijtje worden toegevoegd waarbij de websitehouder als gastheer kan worden bestempeld. De websitehouder heeft immers een speciale, duurzame relatie met zijn website en de feitelijke zeggenschap over hetgeen hierop gebeurt.[8]

De vervolgvraag die de rechtbank meer hoofdbrekens kost is of deze zorgplicht zover reikt dat Marktplaats uit zichzelf advertenties moet weigeren of verwijderen die inbreuk maken op de rechten van Stokke. Dit is volgens de rechtbank afhankelijk van een aantal factoren welke lijkten te zijn afgeleid uit de rijke jurisprudentie rondom het leerstuk van de aansprakelijkheid voor nalaten.

Zo stelt de rechtbank zich de vraag of Marktplaats bekend is met de schade. Dit is van belang nu in het algemeen geldt dat tegen hetgeen men niet weet of redelijkerwijs kon verwachten, niet hoeft te worden opgetreden. De rechtbank overweegt dat in dit geval Marktplaats op de hoogte is gebracht door Stokke van de inbreuk. Daarbij biedt Marktplaats een “Melding van Inbreuk programma” aan waaruit blijkt dat zij inbreuken verwacht. Vervolgens stelt de rechtbank de vraag welke rol Marktplaats speelt bij het inbreukmakende handelen. Naarmate Marktplaats meer betrokken is, mag meer van haar worden verwacht om het inbreukmakende handelen tegen te gaan, aldus de rechtbank. De rechtbank meent echter dat Marktplaats slechts een doorgeefluik is en dat daarbij sprake is van adverteerders die over het algemeen niet weten dat zij een inbreukmakende stoel verkopen. Ook wordt door de rechtbank bij haar beoordeling van belang geacht dat Marktplaats hooguit enig ‘indirect voordeel’ van het inbreukmakend handelen heeft en geen directe inkomsten.

Ook is volgens de rechtbank relevant welke maatregelen mogen worden gevergd van een advertentiewebsite als Marktplaats. Onder verwijzing naar de Richtlijn elektronische handel[9] en de wetsgeschiedenis betreffende de implementatie hiervan, wordt geconcludeerd dat het niet voor de hand ligt om van een dienstverlener een toezichtstaak te verwachten. De rechtbank wijst erop dat de wetgever en de opstellers van de richtlijn hebben aangegeven dat bij de bestrijding van onwettige activiteiten zelfregulering een grote rol speelt. In dit kader hecht de rechtbank dan ook groot belang aan het feit dat Marktplaats een notice and takedown-procedure heeft ingevoerd.

Een belangrijk vraagstuk bij de bepaling van de zorgplicht is de proportionaliteit. Al in het Kelderluikarrest is overwogen dat aard en omvang van de op grond van de zorgvuldigheid te nemen maatregelen mede afhankelijk is van de inspanningen die gemoeid zijn met het treffen van die maatregelen. Wie met eenvoudige maatregelen grote schade van derden kan voorkomen, handelt eerder onzorgvuldig dan wanneer het zeer kostbare, voor het eigen bedrijf nadelige, maatregelen betreffen.[10] Dit wordt dan ook terecht door de rechtbank als uitgangspunt genomen.

De rechtbank concludeert dat van Marktplaats gevergd kan worden dat zij maatregelen treft die er op gericht zijn de schade van Stokke te voorkomen of te beperken. Welke maatregelen dit zijn is afhankelijk van de kosten en de nadelen die hieruit voortvloeien voor de bedrijfsvoering van Marktplaats. Zo kan niet van Marktplaats worden verwacht dat zij zodanige wijzigingen in haar bedrijfsvoering aanbrengt dat deze hierdoor minder aantrekkelijk wordt voor haar gebruikers.

Aan de norm om binnen redelijke grenzen schade te voorkomen heeft Marktplaats volgens de rechtbank voldaan door invoering van het Meldingsprogramma. Preventief advertenties controleren is niet mogelijk door middel van filtertechnologie: voor het herkennen van een inbreukmakende stoel zijn opgeleide mensen nodig. Dit arbeidsintensieve mensenwerk kost veel geld en zou daarbij een aanzienlijke vertraging veroorzaken in de tijd waarbinnen de advertentie op de website verschijnt. Dit alles kan volgens de rechtbank niet worden verlangd van Marktplaats.

Dit oordeel zou volgens mij dus anders kunnen uitpakken in het geval preventief controleren geen hoge kosten met zich mee zou brengen. Mocht het bijvoorbeeld een inbreuk betreffen die wél uitgefilterd kan worden door middel van (goedkope) softwarematige instellingen, dan zou Marktplaats wel eens verplicht kunnen zijn een dergelijk filter ook daadwerkelijk te plaatsen. Zo zijn bepaalde luxegoederen ook tweedehands nog steeds veel meer waard dan de zeer lage prijzen waarvoor replica’s van deze goederen worden aangeboden. Met enkele simpele softwarematige aanpassingen zou Marktplaats dergelijke goederen dan ook kunnen uitfilteren door te zoeken op dat specifieke merk en de hieraan gekoppelde (minimum)prijs. Een dergelijk aanbod van replica’s wordt over het algemeen ook slechts gedaan door derden die zich wel degelijk bewust zijn van het feit dat zij inbreukmakende producten aanbieden. De overweging van de rechtbank met betrekking tot de onwetende aanbieder, gaat in het geval van dergelijke replica’s dan ook niet op.

Volgens de rechtbank hoeft Marktplaats evenmin de advertenties na plaatsing op de website binnen 24 uur te screenen en zonodig te verwijderen. Nu Marktplaats immers beschikt over een, door Stokke erkend efficiënte, notice and takedown-procedure, voldoet Marktplaats aan hetgeen van haar mag worden verlangd. Verder hoeft Marktplaats niet te gaan en dit wordt niet anders doordat Stokke aanzienlijke kosten moet maken om Marktplaats te screenen en voortdurend melding te moeten doen van inbreuken. Het ligt volgens de rechtbank voor de hand dat Stokke en niet Marktplaats deze kosten op zich moet nemen. Voor het verhalen van deze kosten moet Stokke maar aankloppen bij de inbreukmakers.[11]

Om deze kosten te kunnen verhalen zal Stokke echter moeten beschikken over de NAW-gegevens van de inbreukmakers. Hierover gaat de tweede akte van deze zaak. Zoals bekend heeft de Hoge Raad bepaald dat providers de bij hen bekende NAW-gegevens van mogelijk onrechtmatig handelende websitehouders onder omstandigheden aan de rechthebbenden dienen te verschaffen.[12] Stokke stelt nu dat ook internetdienstverlener Marktplaats gehouden is om gegevens van inbreukmakende adverteerders aan Marktplaats te overhandigen. Belangwekkender is nog dat de rechtbank overweegt dat voor veilige handel slechts een e-mailadres opgeven niet volstaat en Marktplaats verplicht kan zijn jegens Stokke om de NAW-gegevens van de aanbieder van Stokke-spullen te verzamelen indien Marktplaats onzorgvuldig handelt door dit na te laten. Of een dergelijke verplichting op Marktplaats rust zal door de rechtbank in haar eindoordeel worden vastgesteld. Verwacht kan worden dat aaname van een dergelijke verplichting grote consequenties hebben voor e-commerce in het algemeen en advertentiewebsites in het bijzonder zal hebben. Wordt vervolgd…


[1] Zie hierover onder meer rechtbank Den Haag, 19 juni 1999, IER 1999/47 (Scientology) en het hoger beroep hierin gerechtshof Den Haag, 4 september 2003, LJN AI5638
[2] Zie HR 31 januari 1919, W. 10365 m.nt. MFF
[3] HR, 22 november 1974, NJ 1975/149 m.nt. G.J. Scholten
[4] HR 18 april 1940, NJ 1941/130
[5] HR 25 maart 1955, NJ 1955/337
[6] Gerechtshof Amsterdam, 15 december 1988, TvC 1989/73
[7] HR 9 januari 1942, NJ 1942/295, HR 17 november 2000, NJ 2001/10 en rechtbank Middelburg, 20 augustus 2003, NJ 2003/734
[8] Meer over het onderwerp zorgverplichtingen in Prof. Mr. C.C. van Dam, aansprakelijkheid voor nalaten, een rechtsvergelijkend onderzoek naar plaats en inhoud van zorgvuldigheidsnormen die verplichten tot een doen, Preadvies uitgebracht voor de Nederlandse Vereniging voor Rechtsvergelijking, 1995, vanaf p. 39. Over ‘de gastheer’ p. 51 e.v.
[9] Richtlijn 2003/31/EG betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt, 8 juni 2000

[10] HR 5 november 1965, NJ 1966/136 m. nt. GJS (Kelderluik)

[11] Met deze uitspraak kan het boek ongetwijfeld nog niet definitief worden gesloten door de houders van advertentiewebsites. In Frankrijk heeft Unifab (de Franse variant van de Stichting Brein) inmiddels aangekondigd Ebay, de eigenaar van Marktplaats.nl, voor de rechter te zullen dagen om preventieve, effectieve maatregelen tegen namaakproducten op de websites van Ebay af te dwingen. Zie http://www.webwereld.nl/ref/rss/42507
[12] HR 25 november 2005, Mediaforum 2006/1 m.nt. A.H. Ekker (Lycos/Pessers)


Advertisements

One Response to (wat oudere) noot bij uitspraak rechtbank Zwolle Marktplaats/Stokke

  1. Gastouderbureau LIKA…

    Kiest u voor kind en werk…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: