Endstra’s laatste werk?

(Ook geplaatst in het Advocatenblad, 11 juli 2008)

Op 30 mei 2008 heeft de Hoge Raad in een geschil tussen de zonen van de in 2005 vermoorde Endstra en twee journalisten geoordeeld dat voor de totstandkoming van een auteursrechtelijk beschermd werk het niet nodig is dat de maker bewust een creatie wilde scheppen Hieruit volgt dat de gesprekken die Endstra kort voor zijn dood in het geheim met rechercheurs heeft gevoerd, auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn en het boek De Endstra-tapes inbreuk maakt op deze auteursrechten.

Het is bepaald niet voor het eerst dat de kwestie Endstra / Holleeder voor juridische reuring zorgt. Zo is in een spraakmakende strafzaak op 21 december 2007 Holleeder veroordeeld voor onder meer het afpersen van de in 2004 vermoorde vastgoedhandelaar Endstra. Advocaten hebben confrères en ex-confrères al dan niet gewenst in hoofdrollen kunnen zien schitteren in bijzaken die voortvloeien uit deze kwestie. Ook heeft heel Nederland van gedachte kunnen wisselen over de vraag of Moszkowicz zowel Holleeder als Endstra bij kon staan. Daarbij kon nóg verder in de marge worden vernomen dat een advocaat wél een ‘beroepsleugenaar’ mag worden genoemd, maar geen ‘maffiamaatje’ en is en passant door Moszkowicz de prachtige term ‘diffamerend’ weer nieuw leven ingeblazen.

En nu wordt ook het intellectuele eigendomsrecht verrijkt met een interessant arrest.

Wat was er aan de hand. In 2003 en 2004 voerde vastgoedhandelaar Willem Endstra in het diepste geheim vijftien gesprekken met rechercheurs van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE). Deze gesprekken zijn zonder medeweten van Endstra op tape opgenomen en het merendeel van deze gesprekken is later letterlijk uitgetypt. Deze opgenomen gesprekken zijn om veiligheidsredenen gevoerd in een rondrijdende wagen en staan dan ook wel bekend als ‘de achterbankgesprekken’ of ‘de Endstra-tapes’.

In deze gesprekken schetst Endstra een zeer gedetailleerd en huiverigwekkend beeld van nietsontziende criminelen als Willem Holleeder, Sam Klepper en Mink Kok. Endstra komt over als een zachtaardige man die verstrikt is geraakt in een keiharde wereld waar voor geldelijk gewin zonder aarzeling de trekker wordt overgehaald. Endstra vertelde hij dat hij voor vele miljoenen werd afgeperst door Willem Holleeder. Ook beschuldigde hij de Holleeder-organisate van een groot aantal liquidaties. Extra luguber is het lezen van deze verslagen in de wetenschap dat nog geen vier maanden na het laatste gesprek Endstra zelf werd vermoord.

Door de politie is een onderzoek gestart naar deze liquidatie en de afpersing door de Holleeder-organisatie. De transcripten van 9 gesprekken en samenvattingen van de overige achterbankgesprekken zijn toegevoegd aan het strafdossier en in handen gekomen van twee journalisten van het Parool. Deze journalisten hebben met een enkele bewerking in de vorm van het weglaten van te veel ‘eeh’s’, puntjes en bepaalde persoonlijke gegevens en toevoeging van een voorwoord en nawoord, deze gesprekken in boekvorm gepubliceerd onder de naam ‘de Endstra-tapes’.

Niet geheel verwonderlijk zijn de zoons van Endstra hier niet gelukkig mee en proberen via de rechter af te dwingen dat dit boek uit de handel moet worden gehaald. Zij stellen hiertoe onder meer dat de achterbankgesprekken zijn gevoerd in een interviewvorm en deze interviews aan te merken zijn als een werk in de zin van de Auteurswet en dus net als een schilderij of voordracht auteursrechtelijk zijn beschermd. Voor publicatie hiervan is dan dus toestemming nodig van de (erven van) Endstra.

Een korte uitleg is hier op zijn plaats. Een voortbrengsel is auteursrechtelijk beschermd als sprake is van een uiting dat een zogeheten ‘eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt’. In meer normale mensentaal: een werk moet enigszins origineel zijn. Mooi of lelijk, goed of slecht, weinig moeite of juist jaren werk, het is allemaal niet relevant bij de beoordeling of iets een auteursrechtelijk is beschermd: als maar sprake is van een originele uiting zal dit over het algemeen auteursrechtelijk zijn beschermd.

Concrete voorbeelden van werken die auteursrechtelijk beschermd werken kunnen zijn, zijn romans, schilderijen, software en dit artikel, maar óók televisieformats, muziekimprovisaties, spelletjes en voordrachten. Maar daar houdt het niet mee op. In 2006 is door de Hoge Raad uitgemaakt dat ook een geur ook in aanmerking kan komen voor auteursrechtelijke bescherming. In hetzelfde jaar is ook bevestigd dat kinetische schema’s eveneens auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn. Duidelijk is dan ook dat een grote diversiteit van werken in Nederland auteursrechtelijke bescherming geniet. Ook gesprekken en interviews kunnen worden beschouwd als auteursrechtelijk beschermde werken.

Terug naar de Endstra-tapes. Zowel de Rechtbank Amsterdam als het Gerechtshof Amsterdam vonden niet dat deze gesprekken auteursrechtelijk beschermd zijn. Deze rechters zien de gesprekken als een zakelijke informatieovedracht. Overwogen wordt dat de vereisten die gelden om voor auteursrechtelijke zin bescherming in aanmerking te komen in Nederland laag zijn, maar toch niet zo laag dat er geen drempel meer is. Alvorens van een werk in auteursrechtelijke te kunnen spreken moet dit werk door de maker als ‘coherente creatie zijn geconcipieerd’. Daarbij moet een maker bewust een geestelijke creatie willen scheppen, aldus het Gerechtshof. Hoewel Endstra ongetwijfeld heeft nagedacht over wat hij wel en niet tegenover de rechercheurs wilde loslaten en dus een bepaalde selectie heeft toegepast, heeft hij volgens het Gerechtshof niet bewust zijn verhaal in deze vormgeving gegoten en is er dus geen sprake van een auteursrechtelijk beschermd werk.

Eigenlijk zegt het Gerechtshof hier dat als iemand niet van plan is een auteursrechtelijk werk te maken, er ook geen auteursrechtelijk werk ontstaat. Endstra meende alleen informatie over te dragen in de hoop dat de CIE op grond hiervan Holleeder en kornuiten aan zou pakken. Hij was geen misdaadroman aan het schrijven en verdient dus kennelijk volgens het Hof geen auteursrechtelijke bescherming.

Met de introductie van deze ´bewustheidseis´ lijkt het Gerechtshof een nieuwe eis toe te voegen aan de auteursrechtelijke beschermingsvereisten. Ten onrechte, aldus de Hoge Raad. Er dient weliswaar sprake te zijn van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, maar het gaat hierbij om een kenmerk dat uit het voortbrengsel zelf is te kennen. Niet van belang is of de maker bewust een werk heeft willen scheppen en bewust creatieve keuzes heeft willen maken. Met andere woorden: het maakt niet uit of Endstra er voor heeft gekozen om een werk te maken en bewust bepaalde originele keuzes heeft gemaakt. Als maar in Endstra-tapes voldoende creatieve keuzes zijn gemaakt, zijn deze gesprekken auteursrechtelijk beschermd. Of dit ook feitelijk het geval is, zal worden beoordeeld door het Gerechtshof Den Haag.

Door sommige rechtsgeleerden is gesteld dat een dergelijke visie onjuist is omdat er sprake moet zijn van een ´gewilde schepping’ waarbij het van belang is of deze schepping bestemd zijn voor publicatie. Zelf meen ik dat de Hoge Raad het echter bij het juiste eind heeft. Ook ongewilde scheppingen verdienen auteursrechtelijke bescherming. Inhoud en bewustheid zijn net als de vraag of iets ‘mooi’ is niet relevant bij de beantwoording van de vraag of iets een oorspronkelijke vormgeving kent. Daarbij is de bewustheidseis niet heel logisch: het scheppen van een werk is bijvoorbeeld niet de primaire insteek van dit stuk tekst van mijn hand. Ik wens primair u te informeren, niet een auteursrechtelijk beschermd werk te scheppen.

Daarbij is het natuurlijk praktisch gezien heel erg lastig om er achter te komen of bewust voor een bepaalde vorm is gekozen. Aan Endstra is dit in ieder geval niet meer na te vragen.

De vraag is dan nog aan wie dit auteursrecht toekomt. De Endstra-tapes zijn immers geen monologen maar gesprekken waarbij informant Endstra wordt ‘gerund’ door drie rechercheurs van de CIE. Het is dan ook aannemelijk dat sprake is van een gemeenschappelijk werk dat toebehoort aan de die rechercheurs (althans hun werkgever) en de erven Endstra gezamenlijk.

Dit alles geldt dan natuurlijk ook voor bijvoorbeeld de, uit slim PR-oogpunt door Peter de Vries ‘voorbankgesprekken’ betitelde, gesprekken tussen Patrick van der Eem en Joran van der Sloot. Zoals bekend zijn ook deze gesprekken met een aantal geheime camera’s opgenomen zonder dat Joran zich hier van bewust was. Als deze gesprekken voldoende oorspronkelijk zijn (en ik vermoed dat dit wel het geval is), hebben zowel Patrick en consorten als Joran zeggenschap over het beroemde verborgen camerawerk.

Dit betekent overigens niet dat daarmee elke openbaarmaking van zowel de achterbank- als de voorbankgesprekken niet is toegestaan zonder toestemming van de makers. In beide gevallen is het denkbaar dat gezien de grote nieuwswaarde de vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen dan de rechten van de makers.

Hoewel dit arrest van de Hoge Raad dus niet per definitie goed nieuws is voor de erven Endstra of Joran van der Sloot, kunnen alle schilders die hun kunstwerken normaliter in een delirium produceren, weer rustig verder drinken: ook onbewust gemaakte werken worden immers beschermd.

<!–[if !supportFootnotes]–>

<!–[endif]–>

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: